Columns

Schrijven is mijn passie! Een schilder vertelt een verhaal met zijn schilderijen, ik probeer dat met mijn columns te doen. Het begon ooit met gedichten en later ging ik over tot columns. Voor het regionale maandblad De Kantlijn heb ik een paar jaar lang columns geschreven, wat bijzonder leerzaam was. Je bent gebonden aan een maximum aantal woorden, opmaak en de beruchte deadlines. Ik heb er met veel plezier gewerkt en ben daarnaast ook altijd voor mezelf blijven schrijven. Vakanties waren bij uitstek geschikt om blogs te schrijven. Andere omgeving, andere mensen – de humor ligt op straat, als je maar goed kijkt en luistert.

Al dat geschrijf resulteerde uiteindelijk in de gedichtenbundel ‘Het is wit en het rijmt’ (2011) en een verzameling columns/blogs en vakantieverhalen ‘Kamperen moet je leren en andere logische levenslessen’ (2021). Ga voor meer informatie over deze boeken naar Publicaties.

Verschillende mensen in mijn omgeving werken in de zorg. Hetzij in een verpleeghuis, hetzij in de wijkverpleging. Mijn eigen moeder heeft ruim 40 jaar met hart en ziel in diverse verzorgingstehuizen gewerkt. De periode waarin ‘bejaardentehuizen’ werden wegbezuinigd naar verpleegtehuizen, viel bijna samen met haar pensioen. Met bezwaard gemoed nam zij jaren geleden afscheid van collega’s en bewoners waarmee ze een hechte band opgebouwd had. Afscheid ook van een tijdperk waarin ze met lede ogen moest aanzien, dat persoonlijke aandacht voor bewoners door alle nieuwe regelgeving onvermijdelijk veranderde in een snelle checklist voor cliënten. Met de hoop, tegen beter weten in, dat ‘het ouderenzorgsysteem’’ niet nog verder uitgeknepen en gecommercialiseerd zou worden.

Dat was in 2012.

Inmiddels zijn we beland in 2024. In de aanloop naar 2025 hebben verontruste zorgprofessionals, ondersteund door een brede vertegenwoordiging vanuit de wijkverpleging, het burgerinitiatief “Het Vertrouwen Terug” opgesteld voor de Tweede Kamer. In eerste instantie drong het niet tot me door wat er in de brief stond; termen als financiering en draagkracht laten me niet direct rechtop zitten. Maar ergens knaagde er iets, juist vanwege het feit dat het een burgerinitiatief is, waardoor het als een noodoproep bleef hangen. Toen ging ik verder lezen en dit is kortgezegd wat er staat te gebeuren per 1/1/2025 in de wijkverpleging.

  • Een nieuw financieringssysteem waarbij cliënten (dus gewoon MENSEN die zorg nodig hebben) profiel 1 t/m 16 krijgen. Een nummer dus. Elk profiel geeft weer welke zorg men nodig heeft. Dus in termen van fruit gesproken: ben je een appel met wat beurse plekjes, dan krijg je van de Keuringsdienst van Waren een stempeltje Profiel 2 op je velletje = “gevallen tijdens transport”. Want de ervaren kweker die jou van pit tot appel heeft meegemaakt en weet hoeveel zon en water jij nodig hebt – die mag voortaan alleen maar een meerkeuzeformulier invullen.
  • Er is geen controle over de besteding van zorgbudgetten en er mag winst op gemaakt worden. “Kom jongens,  we gaan even snel die appels en peren goedkeuren, want hoe sneller we klaar zijn, des te meer geld wij overhouden om nieuwe ideeën te verzinnen!”
  • Toename bureaucratie. De appelkweker moet zijn vinkjes zetten, maar er is geen ruimte voor afwijkingen op het standaard formulier. Elke afwijking van de standaard appel vereist een nieuw kruisje op een ander formulier. Waardoor de appelkweker meer tijd kwijt is met kruisjes zetten dan met efficiënte zorg voor z’n appeltjes. Zijn zelfstandigheid wordt hem afgenomen door allesbepalende vinkjes in voorgekauwde hokjes.
  • Ondermijning professionele autonomie: de appelkweker ziet zijn kennis en ervaring in rook opgaan, omdat hij alleen nog maar vakjes mag aanvinken. Er is geen ruimte om bijv. uit te leggen dat het appeltje niet uit de kist gevallen is, maar door elkaar geschud tijdens een kopstaartbotsing van de vervoerder op snelweg.

Destijds tijdens mijn moeders pensionering, dacht en hoopte ik echt dat de zorg door alle nieuwe regels en wetgeving misschien toch zou verbeteren. Dat sneller en efficiënter ook automatisch beter zou zijn voor hen die het hard nodig hadden, zowel ouderen als mensen afhankelijk van de wijkzorg. Wat was ik goedgelovig. Voor meer info over en ondersteuning van dit burgerinitiatief, ga naar :  https://www.vertrouwenterug.nl/burgerinitiatief

________________________________________________________________________________________________________________

What you see is what you get

Een gewone houten, simpele wasknijper en een moderne versie. Zodanig aangepast dat de functie er blijkbaar voor de duidelijkheid wel op moet staan. Terwijl dat met een knijper vrij logisch is en ook geen verdere uitleg nodig heeft.

Ik trek even de vergelijking met teksten schrijven. Dat er nou toevallig een kunstmatig intelligent gemaakt programma beschikbaar is dat zelfstandig teksten kan creëren en aanpassen – prima. Modernisering laat zich nou eenmaal niet tegenhouden en dat is ook goed.

Maar hoe ver gaat het inlevingsvermogen van zo’n systeem? Hoe zit het met de privacy, is de informatie betrouwbaar? Wat gebeurt er met jouw tekst na afloop?  Gratis is meestal niet voor niets.

Laat mij dan maar een ouderwetse wasknijper zijn. Gewoon iemand die toevallig goed kan schrijven en zich kan inleven in zowel mensen en teksten. Waardoor je zeker weet dat er persoonlijke aandacht is voor jouw eigen, unieke stijl die herkenbaar terugkomt in de geschreven tekst. Simpel: what you see is what you get.

________________________________________________________________________________________________________________

Glimlachmomentje

Er kwam vandaag een keurige oudere dame op kantoor. Ze was al eerder geweest en wist de weg. Elegant jurkje, stijlvolle make-up, mooi opgestoken kapsel. Zo liep ze met haar collega al kletsend de lange, lege gang in richting een spreekkamer. Toen haar collega even uit beeld was, keek de dame snel of niemand het zag. En maakte vervolgens totaal onverwachts een paar vrolijke hink-stapsprongetjes op de grijze vloertegels

Aangezien ik in een hoek stond bij de koffiemachine, kon ze mij niet zien. Daar stond ik dus in m’n eentje stilletjes te grinniken, terwijl niemand het verder in de gaten had. Even later kwam ze terug en deed ze het, echt waar, nòg een keer. “Tot ziens mevrouw,” groette ik haar in het voorbijgaan, “leuke vloertegels hebben wij hè?” Ze schrok er van. “Eh…wat ? Heb je het gezien dan?” Ik voelde een lachkriebel opkomen en knikte. “Maar ze nodigen ook wel uit tot hinkelen, toch?” vroeg ze dapper met een rood hoofd. “Zeker weten,” kon ik haar geruststellen, “je bent nooit te oud om af en toe weer even kind te zijn! Ik hoorde haar nog wat beschaamd grinnikend de trap aflopen. Dit was nou echt zo’n moment waar je om blijft glimlachen!

________________________________________________________________________________________________________________

Oeps

Als je om je eigen blunders kunt lachen, heb je in mijn geval best veel plezier. Heerlijk vind ik het als je mensen treft die ook beschikken over een flinke dosis zelfspot.

Ooit had ik een collega die er als receptioniste altijd tiptop verzorgd uit zag. Laten we haar Anna noemen. Een mooie jonge dame, altijd in voor een geintje, vrolijk en beleefd naar de klanten. Ze liet zich nooit uit het veld slaan, was stressbestendig en het belangrijkste: ze maakte het beste van lastige situaties door er simpelweg de humor van in te zien.

Zo was er op een dag net een groepje heren gearriveerd, strak in het pak, serieus pratend over allerlei gewichtige zaken. Aangezien ze wat te vroeg waren, bracht mijn collega hen snel een kopje koffie en ze wachtten al keuvelend op hun gesprekspartner. Het was net even rustig achter de receptie, dus Anna wilde snel naar het toilet en belde mij om eventuele telefoontjes waar te nemen. Toen ze terug kwam viel er een doodse stilte. Kopjes koffie bleven halverwege in de lucht hangen. Monden vielen open, hoofden werden rood. Ik probeerde haar nog met gebaren te waarschuwen.  Ze liep echter vrolijk door, heel elegant op haar nieuwe naaldhakken.  En met een flink stuk van haar korte rok achter in haar panty. Zelden heb ik zo’n groepje zakenmannen zoveel moeite zien doen alsof er niks aan de hand was. ‘Je rok!’ siste ik toen ze bij mij was. Ze keek achterom en barstte vervolgens  in lachen uit –  toen durfden de heren er gelukkig ook een beetje om te gniffelen.

Een beetje zelfspot maakt alles een stuk luchtiger. Mits je er niemand mee kwetst natuurlijk. Ik hoop van harte dat de dame, die ik ooit onbedoeld beledigde, nog steeds heel gelukkig is met haar man. Ik zat met een stel meiden aan tafel in een voetbalkantine op een vroege zondagochtend.  Ik kende hen nog niet zo goed, had ze tijdens een bruiloft enige tijd geleden gesproken. ‘Hoe vonden jullie dat feest ?,’ begon ik,  ‘Saai hè? Wij zijn maar eerder weg gegaan.’  De oorverdovende stilte en boze blikken die daarop volgden waren veelzeggend. Uiteindelijk antwoordde één van de dames droogjes : ‘Nou ik vond het best  wel gezellig op mijn eigen bruiloft.’

Tot slot nog deze:  tijdens een hele drukke periode op mijn werk kregen wij vrij onverwachts bezoek van ‘iemand van het hoofdkantoor’ die de sfeer op de werkvloer wilde polsen. Hoe wij met de  hoge werkdruk om gingen, of we nog tips hadden en zo. Ik had de introductie van die beste man net even gemist. Toen ik binnen kwam stond hij er al: relaxed, half zittend op één van de bureaus en hij vroeg van alles aan iedereen. Zo, dacht ik,  dus Meneer Van Het Hoofdkantoor wil weten hoe druk wij het hebben? Nou dat zal ik hem dan wel even haarfijn vertellen! Ik ging er eens goed voor staan en trok flink van leer. Hij luisterde belangstellend naar mijn vinnige klachten, bedankte me bij vertrek vriendelijk voor mijn betrokkenheid en openheid en wenste ons nog een fijne werkdag.

Nou, dat ging goed hè?’ zei mijn leidinggevende later. ‘Gelukkig houdt Meneer de President-Directeur wel van een pittige discussie.’ Oeps.

__________________________________________________________________